Waarom het HBO moet flexibiliseren | deel II

Flexibilisering is een buzzword in het hoger onderwijs. Bijna geen instelling is er niet mee bezig. Maar waarom eigenlijk? In twee blogs leggen Katinka Cornelese en Janneke de Graaf, hoger onderwijsexperts van Turner, uit wat de externe en de interne drijfveren zijn. Deel 2: de interne drijfveren.

Turner voorziet haar relaties van tijdige, nieuwe en relevante inzichten voor haar markten en de strategie-executie vraagstukken die daar spelen. In twee blogs leggen Katinka Cornelese en Janneke de Graaff, hoger onderwijsexperts van Turner, uit wat de externe en de interne drijfveren zijn van flexibilisering in het hoger onderwijs en welke implicaties dit heeft voor strategie-executie.

Waarom moet het HBO flexibiliseren?
Deel I: Flexibilisering in het HBO: de externe drijfveren
Deel II: Flexibilisering in het HBO: de interne drijfveren

Flexibilisering in het HBO: de interne drijfveren

In het eerste deel van deze twee blogs zagen we dat veel instellingen in het hoger beroepsonderwijs flexibilisering nastreven. Niet alleen van de programma’s, ook van de inrichting van het onderwijs. Er zijn verschillende drijfveren voor deze ontwikkeling. De belangrijkste interne drijfveren zijn de krimpende instroom, een laag studentenrendement en de dure uitvoeringsorganisatie.

 

1. De krimpende instroom

Niet elke regio heeft te maken met een krimpende instroom van Havisten, maar daar waar er wel sprake van is, is dit natuurlijk een belangrijke drijfveer voor flexibilisering. Onderwijsinstellingen die te weinig nieuwe studenten krijgen, zullen iets moeten ondernemen om hun voortbestaan te garanderen. De focus verleggen naar na-, bij- of omscholing van volwassenen is een heel legitieme keuze: leven lang ontwikkelen (LLO) heeft de wind in de rug, zeker nu het Nationaal Groeifonds miljoenen beschikbaar heeft gesteld voor de Nationale LLO Katalysator. Door de veranderende samenleving, nieuwe technologieën en maatschappelijke vraagstukken als de energietransitie zijn de kennis en de vaardigheden die wij nodig hebben fundamenteel aan het veranderen. Er is dus grote behoefte aan instellingen die zich richten op na-, bij- of omscholing van volwassenen.

 

2. Een laag studentrendement

Het probleem van het studentrendement is vooral financieel. Instellingen worden per student per jaar betaald, maar krijgen een bonus als de student zijn diploma haalt. Studenten die hun diploma te laat of zelfs helemaal niet halen, zijn duur. Een instelling krijgt helemaal geen bekostiging meer als een student in zijn zesde leerjaar zit. Het is dus aantrekkelijk voor instellingen om studenten binnenboord te houden én in een goed tempo te laten studeren. Ook daarvoor is het nuttig om de opleiding beter af te stemmen op wat de studenten eigenlijk willen. Je wilt voorkomen dat studenten over bepaalde, minder belangrijke vakken struikelt en zo zijn motivatie verliest.

Deze regels zouden op verschillende punten best herzien mogen worden, vinden Cornelese en De Graaf. Bijvoorbeeld voor studenten die verder willen doorleren. ‘Als je al een diploma hebt behaald, houdt de bijdrage van de overheid op’, zegt De Graaf. ‘Iemand die nog een master wil doen, zal die zelf moeten bekostigen.’ Ook ontbreekt de mogelijkheid om de studie even op ‘pauze’ te zetten. ‘Als een student zwanger wordt of naar het buitenland gaat, zou het een goed idee zijn om de studie een half jaar stil te zetten. Maar op dit moment bestaat er niet zoiets als een pauzeknop: je moet je helemaal uitschrijven.’

 

3. Een dure uitvoeringsorganisatie

Hoe moet je inspelen op individuele behoeften van studenten als het hoger beroepsonderwijs daar nog helemaal niet op ingericht is? Als de ene student in zijn eerste jaar onderzoeksvaardigheden nodig heeft, en de ander pas in het derde jaar, hoe organiseer je dat dan? ‘Als je dat per opleiding doet, ontstaat er een lappendeken die ongelooflijk inefficiënt en dus duur is. Waarom geen module onderzoeksvaardigheden die alle studenten van verschillende opleidingen kunnen gebruiken? Bij universiteiten zie je dat al. Het vraagt wel meer samenwerking en onderlinge afstemming’, zegt De Graaf.

De oplossing van dit probleem ligt in standaardisering, vult Cornelese aan. ‘Eigenlijk is het net als bij een auto. Die kun je als klant zelf configureren: wel of geen leren bekleding, wel of geen airco. Dat kan omdat het productieproces gestandaardiseerd is. Zo moet het in het onderwijs ook. Hoe meer je de vakken op dezelfde manier organiseert, in gelijke brokjes, des te meer kun je onderling uitwisselen. Nu is dat nog niet het geval. Als we dit nu zouden proberen te doen, wordt het duur en chaotisch.’

De onderwijsinstellingen moeten dus terug naar de tekentafel. Dat is geen sinecure. Cornelese: ‘Instellingen zullen hun onderwijs fundamenteel anders moeten opbouwen om dat echt mogelijk te maken. Dat is een pijnlijk proces, ook omdat het onderwijs nu niet slecht is. Docenten zullen zeggen: ik geef toch prima onderwijs? Dat is helemaal waar. Maar als je naar de toekomst kijkt, met alle ontwikkelingen die op ons af komen, dan zullen we echt iets moeten doen. Je kunt heel lang aan je huis blijven verbouwen: een stukje eraan, een stukje eraf, tot het op een bepaald moment een gedrocht is geworden. Dan zit er niets anders op dan te gaan slopen en een nieuw fundament te legen.’

 

Alles raakt aan alles

Hoe te beginnen met flexibilisering? Dat is geen gemakkelijke vraag. Alle aspecten van het hoger beroepsonderwijs krijgen met de flexibilisering te maken: de instroom, de inhoud van het curriculum, het aanbod van het curriculum, de inrichting van het onderwijs en de uitstroom. En al die aspecten raken aan elkaar: als je ervoor kiest de instroom uit het mbo te vergemakkelijken, zal de inhoud van het curriculum onder de loep genomen moeten worden. Stel: een onderwijsassistent wil leerkracht worden en meldt zich aan op de Pabo. Laat je die onderwijsassistent dan ook de vakken doen die hij of zij al gedaan heeft? Of geef je die een vrijstelling? En moet diegene juist wel bijgespijkerd worden op andere gebeden? Dat kan weer invloed hebben op de inrichting van het onderwijs.

De erkenning van de verschillende certificaten is nu een probleem, vertelt De Graaf. ‘Het is wel mogelijk, maar het is niet gestandaardiseerd. Je moet als student allerlei bewijzen aanleveren van je competenties. Dat moet je zelf uitvogelen als student, het wordt niet echt gestimuleerd. Je komt in het huidige systeem ook niet altijd in de juiste klas terecht, waardoor de studentbinding onder druk staat. Zo is er nog veel te winnen. Als je een andere doelgroep wilt binnenkrijgen, moet je het zo organiseren, dat het normaal wordt om eerder gedane vakken of stages of andere studiepunten in te brengen.’ En waarom zou een student met vrijstellingen niet op een heel ander moment kunnen instromen dan aan het begin van het schooljaar?

Zo brengen alle aspecten van de flexibilisering hun eigen uitdagingen mee. Waar te beginnen? ‘Alles raakt aan alles’, erkent Cornelese. ‘Dat betekent dat je een duidelijke keuze moet maken, gebaseerd op de verschillende drijfveren. Wat is het belangrijkste om als eerste aan te pakken? Is het nu relevant om een andere doelgroep aan te spreken? Of om die vrijstellingen te regelen? Bij het maken van de keuze komt het aan op focussen. Dan komen andere dingen vanzelf. Het is een radarwerk. Je zult één radertje moeten pakken om te beginnen, anders raak je verstrikt in je ambities.’ De Graaf: ‘Je moet gewoon iets kiezen en daar moet je dan voor gaan. En daar vervolgens de strategie op aanpassen. Het bestuur moet dus terug naar de tekentafel en een keuze maken wat op dit moment de grootste uitdaging is.’

‘De onderwijsinstellingen moeten terug naar de tekentafel.’


Wilt u ook sneller verbeteren vernieuwen en innoveren?

Turner is hét organisatieadviesbureau gespecialiseerd in strategie-executie. Samen een nieuwe strategie realiseren, dat maken we waar. Turner wordt voor de zevende jaar op rij door opdrachtgevers gezien als het beste strategisch adviesbureau van Nederland. Meer dan 4000 bestuurders en professionals deden mee aan het onderzoek van MT1000 waarbij Turner de hoogste waardering ontving voor strategie-advies, klantgerichtheid, excellente uitvoering en productleiderschap.

MT1000 NL reeks

Lees hier meer over de resultaten die andere opdrachtgevers behaalden met hulp van Turner Strategie = Executie. Een afspraak maken? Neem contact met ons op.

Meer weten over Turner Onderwijs?

Hoe dragen universiteiten, hogescholen en mbo-instellingen bij aan de door de maatschappij gevraagde talent- en kennisontwikkeling? Nu en in de toekomst.

Turner Onderwijs helpt professionals om het onderwijs naar een hoger plan te tillen. 

Wilt u meer weten over wat Turner Strategie = Executie voor uw organisatie kan betekenen? Vul het formulier in en wij nemen zo snel mogelijk contact met u op.

"*" geeft vereiste velden aan

Alle inzichten over het onderwijs van onze specialisten

Contact​

We leren je graag kennen.
Neem contact op voor een kennismaking.

Huize de Boom
Arnhemseweg 107
3832 GK Leusden

Telefoon: +31 (0)33 – 285 93 00
Email: info@turner.nl

Maak een afspraak

Wilt u meer informatie of een offerte op maat ontvangen? Vul het formulier in voor een vrijblijvende afspraak.