Waarom het HBO moet flexibiliseren | deel I

Flexibilisering is een buzzword in het hoger onderwijs. Bijna geen instelling is er niet mee bezig. Maar waarom eigenlijk? In twee blogs leggen Katinka Cornelese en Janneke de Graaf, hoger onderwijsexperts van Turner, uit wat de externe en de interne drijfveren zijn. Deel 1: de externe drijfveren. ‘We weten niet precies welke vaardigheden mensen over vijf of tien jaar nodig hebben.’

Turner voorziet haar relaties van tijdige, nieuwe en relevante inzichten voor haar markten en de strategie-executie vraagstukken die daar spelen. In twee blogs leggen Katinka Cornelese en Janneke de Graaff, hoger onderwijsexperts van Turner, uit wat de externe en de interne drijfveren zijn van flexibilisering in het hoger onderwijs en welke implicaties dit heeft voor strategie-executie.

Waarom moet het HBO flexibiliseren?
Deel I: Flexibilisering in het HBO: de externe drijfveren
Deel II: Flexibilisering in het HBO: de interne drijfveren

Flexibilisering in het HBO: de externe drijfveren

Flexibilisering in het hoger onderwijs is in de mode. Onder invloed van het volwassenenonderwijs heeft het idee een jaar of zeven, acht geleden zijn intrede gedaan. En nu heeft bijna geen HBO-instelling het begrip niet op de een of andere manier in de strategie opgenomen. ‘Het onderwijs moet geflexibiliseerd worden’, staat soms in het strategisch plan, alsof het een doelstelling op zich is geworden. Daar wringt de schoen meteen al, zegt Katinka Cornelese. ‘Ten eerste is flexibilisering natuurlijk geen doel, maar een middel. En ten tweede is vaak niet duidelijk omschreven wat men onder flexibilisering verstaat. De één denkt aan het loslaten van de vaste programma’s, de ander aan flexibele leerweguitkomsten, de derde aan leerwegonafhankelijke toetsen. Zo ontstaat verwarring, want waar hebben we het over? Flexibilisering is dus een verraderlijk begrip. Iedereen legt andere accenten.’

We kunnen drie externe drijfveren onderscheiden voor flexibilisering van het hoger onderwijs, de veranderende samenleving, de veranderende studentpopulaties en nieuwe inzichten over leren en opleiden.

1. De veranderende samenleving

De invloed van de samenleving is onmiskenbaar. Het hoger onderwijs leidt op voor de arbeidsmarkt, dus wordt er bij een tekort aan mensen direct naar het hoger onderwijs gekeken. Maar de competenties en de skills veranderen. Installateurs die nu nog gespecialiseerd zijn in CV-ketels, zullen zich op relatief korte termijn moeten bijscholen: de energietransitie vraagt om andere warmtebronnen, zoals warmtepompen. De toenemende digitalisering vraagt in veel beroepen ook om andere vaardigheden. En die technologische ontwikkelingen staan niet stil. Integendeel. ‘Alles is aan het schuiven’, zegt Janneke de Graaf. ‘We weten niet precies welke vaardigheden mensen over vijf of tien jaar nodig hebben. Het is onzekerheid troef. Dus we kunnen ons onderwijsprogramma niet langer voor tien jaar vastpinnen. Het hoger beroepsonderwijs moet in staat zijn de programma’s snel aan te passen.’

Het tekort aan mensen op de arbeidsmarkt is op dit punt nog een complicerende factor. De huidige structuur stelt hoer onderwijsinstellingen niet in staat om snel in te spelen op problemen. Zijinstromers in het onderwijs moeten bijvoorbeeld vier jaar studeren voordat zij lesbevoegdheid als docent krijgen. ‘Iedereen moet door hetzelfde hoepeltje springen’, zegt Cornelese. ‘Dat moet echt anders kunnen, want veel zijinstromers hebben al bagage en kennen het vak dat zij willen geven. Dat zouden ze toch op de een of andere manier moeten kunnen verzilveren?’

Het zou kortom slim zijn de dichtgetimmerde onderwijsprogramma’s, met de voorgeschreven boeken en lesuren, los te laten. Maar we moeten het begrip nog breder interpreteren, zegt Cornelese. Waarom zou je de instellingen niet laten samenwerken met partijen uit de markt? Als je studenten specifiek laat werken aan actuele vraagstukken van bepaalde bedrijven, bijvoorbeeld op het gebied van technologie, dan worden ze niet alleen op de hogeschool zelf, maar ook bij de bedrijven geschoold. Daarmee zal het onderwijs veel actueler worden. ‘Dan krijg je een combinatie van nieuwe onderwijsmethoden én een andere inrichting van het onderwijs, zodat er een veel betere aansluiting op de praktijk ontstaat.’

Dat laatste past bij de maatschappelijke opdracht van het hoger beroepsonderwijs. Die is tenminste tweeledig. Behalve het afleveren van studenten voor de arbeidsmarkt is het ook de verantwoordelijkheid van het onderwijs de aanwezige kennis in te zetten voor maatschappelijke vraagstukken. Als je die kennis in samenwerking met – regionale – bedrijven ontwikkelt, ontstaat er een vliegwiel tussen innovatie, leren en kennisontwikkeling. ‘Kennis is veel minder statisch dan voorheen’, zegt Cornelese. ‘Vroeger was het eenvoudig: de kennis werd overgebracht op studenten en de studenten gingen met die kennis de arbeidsmarkt op. Nu wordt er gezamenlijk onderzoek gedaan waar zowel studenten als bedrijven iets aan hebben, waardoor de innovatie met behulp van het onderwijs gestimuleerd wordt. Dat is ook een vorm van flexibiliteit. Kennisoverdracht en innovatie gaan hand in hand, studenten kunnen al impact hebben voordat zij de arbeidsmarkt opgaan.’

2. De veranderende studentpopulatie

Vanuit het idee van leven lang ontwikkelen (LLO) weten we dat de studentpopulatie al lang niet meer uitsluitend uit schoolverlaters bestaat. De groeiende behoefte aan na-, bij- en omscholing heeft de flexibilisering in gang gezet en heeft geleid tot het besef dat het hoger beroepsonderwijs niet alleen opleidt voor een diploma of graad. ‘Het is voor deze groepen belangrijk dat het onderwijs opgeknipt kan worden in kleinere stukken’, zegt De Graaf. ‘Cursussen, trainingen of hoe je ze ook wil noemen.’ Cornelese: ‘De tijd dat iedereen door dezelfde mail werd geduwd, is voorbij.’

Een deel van dit vraagstuk speelde al langer. Mbo’ers hebben een andere vooropleiding dan Havisten, dus zouden zij ook anders benaderd kunnen worden. Een mbo’er heeft misschien al een grote stage bij een bedrijf gedaan, dus waarom zou hij dat nog een keer moeten doen? Misschien heeft die mbo’er wel meer behoefte aan theoretische vakken. Een ander voorbeeld: en student mechanica die struikelt over een thermovak, dat hartstikke moeilijk is en waarvan hij nu al weet dat hij er toch niets mee gaat doen. ‘Als je iedereen dezelfde vakken geeft, heb je geen oog voor de individuele behoeften’ zegt Cornelese. ‘Je moet aansluiten op de interesses en behoeften van de studenten. Een flexibelere benadering van de studenten zou kunnen helpen om een bekend probleem als voortijdige schooluitval te verkleinen.’

3. Nieuwe inzichten over leren en opleiden

De onderwijsvernieuwing staat nooit stil. De tijd dat studenten in de collegebanken werden geacht ademloos te luisteren naar hun docent, en het geleerde vervolgens in een toets moesten kunnen reproduceren, ligt al lang achter ons. Onder invloed van het sociaal constructivisme, dat het leren ziet als een actief proces van kennisverwerving, waarbij de kennis ontstaat en gedeeld wordt met anderen, is de verhouding tussen docenten en studenten al ingrijpend veranderd. Meer dan voorheen draagt de student zelf de verantwoordelijkheid voor zijn ontwikkeling, in plaats van de docent.

Dat heeft een fundamentele verandering in het onderwijs tot gevolg, waarin nadrukkelijk in groepen wordt geleerd en samenwerking wordt gezocht met andere partijen, zoals het regionale bedrijfsleven. Leren en toetsen staan niet langer alleen in dienst van kennisverwerving, maar ook in het teken van de ontwikkeling van de student. ‘In zekere zin kun je zeggen dat de student een soort onderwijsconsument is geworden’, zegt De Graaf.

In deel 2 van deze miniserie schrijven we over de interne drijfveren en over de vraag hoe de flexibilisering op gang te brengen.

‘Flexibilisering is een verraderlijk begrip.’


Wilt u ook sneller verbeteren vernieuwen en innoveren?

Turner is hét organisatieadviesbureau gespecialiseerd in strategie-executie. Samen een nieuwe strategie realiseren, dat maken we waar. Turner wordt voor de zevende jaar op rij door opdrachtgevers gezien als het beste strategisch adviesbureau van Nederland. Meer dan 4000 bestuurders en professionals deden mee aan het onderzoek van MT1000 waarbij Turner de hoogste waardering ontving voor strategie-advies, klantgerichtheid, excellente uitvoering en productleiderschap.

MT1000 NL reeks

Lees hier meer over de resultaten die andere opdrachtgevers behaalden met hulp van Turner Strategie = Executie. Een afspraak maken? Neem contact met ons op.

Meer weten over Turner Onderwijs?

Hoe dragen universiteiten, hogescholen en mbo-instellingen bij aan de door de maatschappij gevraagde talent- en kennisontwikkeling? Nu en in de toekomst.

Turner Onderwijs helpt professionals om het onderwijs naar een hoger plan te tillen. 

Wilt u meer weten over wat Turner Strategie = Executie voor uw organisatie kan betekenen? Vul het formulier in en wij nemen zo snel mogelijk contact met u op.

"*" geeft vereiste velden aan

Alle inzichten over het onderwijs van onze specialisten

Contact​

We leren je graag kennen.
Neem contact op voor een kennismaking.

Huize de Boom
Arnhemseweg 107
3832 GK Leusden

Telefoon: +31 (0)33 – 285 93 00
Email: info@turner.nl

Maak een afspraak

Wilt u meer informatie of een offerte op maat ontvangen? Vul het formulier in voor een vrijblijvende afspraak.